impact-promise Zet mij op de wachtlijst

Kennisbank

Wie bepaalt het vertrouwen in een zorgorganisatie

Een sector met een andere gezagsverhouding

In veel sectoren loopt het gezag min of meer langs de lijn die op het organogram staat: bestuur, management, medewerker. In de zorg is die lijn gebroken. Een arts, een verpleegkundige of een specialist heeft een eigen professionele autoriteit die niet van de bestuurder komt en er ook niet door verdwijnt. Het grootste deel van het vertrouwen dat patiënten, cliënten en hun families hebben, is niet gericht op de instelling maar op de persoon die aan het bed staat. De bestuurder van een zorgorganisatie spreekt dus zelden namens het vertrouwen dat er daadwerkelijk is; hij spreekt namens de organisatie die dat vertrouwen faciliteert, financiert en soms ook beperkt.

Dat maakt de vraag "met wie moet u praten" in de zorg lastiger dan in een sector met een rechte hiërarchie. Er is niet één stakeholder die het beeld van "de zorg" bij elkaar houdt. Er zijn meerdere lagen die onafhankelijk van elkaar een oordeel vormen: de professionals binnen de instelling, de cliëntenraad of patiëntenvertegenwoordiging, de zorgverzekeraar of financier, de toezichthouder, en de lokale gemeenschap die de instelling soms al generaties kent. Wie alleen met de eigen medisch specialisten praat, mist de financier. Wie alleen met de financier praat, mist de vraag of de mensen die het werk doen zich herkennen in wat er naar buiten wordt gezegd.

Het verschil tussen wat het bestuur denkt en wat er wordt gezegd

De reden dat dit meetbaar moet zijn, en niet alleen gevoeld, is dat bestuurders van zorgorganisaties structureel geneigd zijn de professionele autoriteit van hun personeel te lezen als steun voor de instelling. Dat is niet altijd zo. Een specialist kan volledig vertrouwen genieten bij patiënten en tegelijk publiekelijk twijfelen aan een reorganisatie die het bestuur net heeft aangekondigd. Dat verschil, tussen het interne beeld van hoe de organisatie ervoor staat en het beeld dat extern wordt uitgesproken, is precies waar de Trust Baseline op meet. Een interne uitvraag naast een externe stakeholder-uitvraag, met het verschil tussen die twee beelden als eerste uitkomst.

Daarbij is een grens die deze pagina bewust trekt: er wordt geen uitspraak gedaan over wat een stakeholder daadwerkelijk vindt. Wij meten het verschil tussen wat het management denkt en wat er wordt gezegd; wat een patiëntenraad, een specialist of een gemeente werkelijk vindt, weten wij niet voordat die het zelf zegt. In de zorg is die terughoudendheid extra relevant, omdat het risico van aannames over wat "de patiënt" of "de zorgverlener" wil, groot is en vaak pas zichtbaar wordt op het moment dat het al is misgegaan.

Waarom de kleine toezegging telt

Zorgorganisaties communiceren veel over grote investeringen: een nieuw pand, een fusie, een innovatietraject. Die aankondigingen wegen minder dan de kleine, herhaalbare toezeggingen die dagelijks worden gedaan aan cliëntenraden, aan personeel, aan gemeenten. Een toezegging over spreekuren, over wachttijden, over inspraak bij een verandering in het zorgaanbod. Het niet nakomen van zo'n kleine toezegging kost meer vertrouwen dan het uitstellen van een grote investering. Dat is de reden dat er in dit systeem een commitment-tracker bestaat naast de nulmeting: niet om te registreren wat er ooit is beloofd, maar om zichtbaar te maken of het is nagekomen, en om op een vast ritme te signaleren wanneer dat niet lukt.

Wie in de zorg met wie praat

De vraag met wie u moet praten valt in de zorg dus in minstens vier richtingen uiteen. Naar binnen: de medische en verzorgende staf, wier professionele oordeel zwaarder telt dan een directiestandpunt. Naar de cliënt: patiënten, bewoners, familie, vaak vertegenwoordigd via een raad die een eigen, wettelijk verankerde positie heeft. Naar de financier: zorgverzekeraars, gemeenten en toezichthouders die vanuit een geheel ander belang naar dezelfde organisatie kijken. En naar de omgeving: een lokale gemeenschap die een ziekenhuis of zorginstelling vaak als vaste voorziening beschouwt, niet als bedrijf. Elk van die richtingen kan een ander beeld hebben van hoe de organisatie ervoor staat, en geen van die beelden is automatisch het juiste.

Deze structuur is niet uniek voor de zorg; vergelijkbare breuklijnen tussen wie het gezag heeft en wie de organisatie vertegenwoordigt, spelen ook in het onderwijs, waar docenten een eigen professionele autoriteit hebben los van het bestuur, en in de zakelijke dienstverlening, waar de relatie met de klant vaak bij de adviseur ligt en niet bij de directie. Ook in de maakindustrie, waar de werkvloer een eigen verhouding heeft met kwaliteit en veiligheid die het bestuur niet volledig kan overnemen, is dat patroon te herkennen.

De tool is in aanbouw

De Trust Baseline, de commitment-tracker en het signaal-ritme worden nu opgebouwd. Er is nog geen instrument dat u vandaag kunt invullen. Wie hier belangstelling voor heeft, kan zich aanmelden voor de wachtlijst; wij schrijven liever eerlijk dat het nog niet klaar is dan dat wij iets aanbieden dat er nog niet staat.

Van vertrouwen naar werk

De vraag wie het vertrouwen van een zorgorganisatie draagt, hangt nauw samen met de vraag wie het werk daadwerkelijk uitvoert en waar dat werk verandert. Zodra een deel van het werk van een specialist, een planner of een intaker verschuift naar een systeem, verschuift ook een deel van het gezag dat aan die rol vastzat. FTE TO AI rekent met een werkscan per taak uit welk deel van het werk door AI over te nemen is, zodat u niet alleen weet wie u moet spreken over vertrouwen, maar ook waar het werk zelf al aan het verschuiven is.

Rachaelde assistent van de Trust Baseline

Vraag maar. Het interessantste antwoord komt meestal van wie u nog niet heeft gesproken.

Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.