Het onderwijs kent geen enkelvoudige stakeholder. Een school, een instelling of een onderwijsorganisatie heeft te maken met bestuur, medezeggenschap, ouders, leerlingen of studenten, docenten, de inspectie en soms een gemeente of ministerie op de achtergrond. Geen van die partijen heeft alleen zeggenschap, en toch heeft ieder van hen een geheugen dat langer is dan de gemiddelde bestuurstermijn. Een ouder die zich vijf jaar geleden niet gehoord voelde, herinnert zich dat nog als de school iets nieuws aankondigt. Een docent die een medezeggenschapsbesluit heeft zien stranden, rekent er de volgende keer op dat het weer zo gaat.
Die verhouding tussen formele macht en feitelijk geheugen is wat deze sector onderscheidt van een markt waarin een klant simpelweg wegloopt. In het onderwijs loopt niemand weg. Ouders blijven, docenten blijven, de gemeenschap blijft. Wat zich opbouwt is niet omzetverlies maar een stapeling van herinneringen aan wat is gezegd en niet is gedaan.
Wie in een schoolbestuur of onderwijsorganisatie werkt, heeft vaak een vast beeld van waar de spanning zit: te veel regeldruk, te weinig middelen, een moeizame relatie met de inspectie. Dat beeld is niet onwaar, maar het is ook niet compleet. Het zegt iets over wat het bestuur ervaart, niet over wat een ouder, een docent of een leerling ervaart wanneer diezelfde regeldruk zich vertaalt in een besluit dat hen raakt.
De Trust Baseline stelt die twee beelden naast elkaar: een interne uitvraag bij het management en een externe uitvraag bij de partijen die het raakt. Niet om vast te stellen wie er gelijk heeft, maar om het verschil zichtbaar te maken. Dat verschil is de eerste uitkomst, niet een oordeel over wie er beter functioneert.
Deze pagina beschrijft met wie een gesprek plaatsvindt, niet wat die partijen ervan zullen vinden. Wij meten het verschil tussen wat het management denkt en wat er wordt gezegd. Wij weten niet wat een ouder, een docent of een leerling vindt tot hij het zelf zegt. Iedere veronderstelling daarover, hoe goed onderbouwd ook, is een veronderstelling en geen meting.
In het onderwijs wordt zelden geklaagd over een grote investering die niet is gedaan. Er wordt onthouden dat een schoolleider had beloofd terug te komen op een vraag van de medezeggenschapsraad, en dat nooit deed. Er wordt onthouden dat een docent was toegezegd dat een pilot zou worden geëvalueerd, en dat die evaluatie stilletjes verdween. Dat zijn geen grote gebeurtenissen. Het zijn kleine toezeggingen die niet zijn nagekomen, en die kosten meer vertrouwen dan een ambitieus plan dat nooit is uitgevoerd.
Dat is de reden dat een commitment-tracker onderdeel is van dit instrument. Niet om nieuwe beloftes te verzinnen, maar om bij te houden welke toezeggingen er al liggen, aan wie, en of ze zijn nagekomen. Een organisatie die dat overzicht niet heeft, weet meestal ook niet meer precies wat er ooit is gezegd tegen wie.
De verhouding tussen bestuur en gemeenschap in het onderwijs verandert langzaam, maar ze verandert wel. Een school die één keer meet en het daarbij laat, ziet een foto van een moment, niet de richting waarin het beweegt. Een signaal-ritme legt vast op welk moment opnieuw wordt gevraagd wat er speelt, zodat een verschil tussen intern beeld en extern beeld niet pas zichtbaar wordt wanneer het al is uitgegroeid tot een conflict in de medezeggenschapsraad of een brief van bezorgde ouders.
Dit is een beschrijving van een instrument dat in aanbouw is. Er is geen adviseur die langskomt, geen rapport met een cijfer, geen uitspraak over wat uw specifieke organisatie zou moeten doen. Wie hiermee wil werken, kan zich aanmelden voor de wachtlijst. Er wordt niets aangeboden dat nu al klaar is om te gebruiken, en dat wordt hier niet anders voorgesteld dan het is.
De verhouding tussen macht en geheugen ziet er in iedere sector anders uit. Wie wil weten hoe die verhouding werkt bij een organisatie met veel klantcontact op de winkelvloer, leest met wie u moet praten in de detailhandel. Wie te maken heeft met vergunningen, ketens en leveranciers naast gasten, vindt aanknopingspunten in met wie u moet praten in de horeca. En wie in een sector werkt waarin technische systemen en menselijke verwachtingen elkaar raken, kan verder lezen in met wie u moet praten in de ict-sector.
Wie helder heeft met wie hij moet praten, stuit vaak op een vervolgvraag: hoeveel tijd er eigenlijk overblijft om die gesprekken goed te voeren. In het onderwijs gaat veel capaciteit op aan rapportages, verantwoording en administratie rond diezelfde stakeholders: de inspectie, de gemeenschap, het bestuur. De werkscan van FTE TO AI rekent per taak uit welk deel van dat werk over te nemen is door AI, niet als vervanging van het gesprek zelf, maar als manier om te zien waar tijd vrijkomt voor het gesprek dat wel persoonlijk moet blijven.
Vraag maar. Het interessantste antwoord komt meestal van wie u nog niet heeft gesproken.
Antwoorden komen uit de kennisbank van deze site. Geen advies op maat, en geen scan van uw bedrijf.